Alle nieuwsitems

Terug

Met een cursus Word kom je er niet

NRC Next 04-10-2014 (p.10)

7 oktober 2014 10:25 door John van Dongen
65 keer bekeken


Een app voor vaderdag Programmeren Swipen en googelen, dat kunnen kinderen wel. Maar de creatieve kant van de computer blijft onbenut. Hoog tijd dat kinderen op de basisschool leren programmeren, vindt Hanne van Essen.

'Weet je wat mijn neefje van drie laatst deed? Hij probeerde van zender te veranderen door over het televisiescherm te vegen. Ja, kinderen van tegenwoordig zijn zo goed met computers, ze groeien ermee op hè?" Kinderen leren inderdaad al vroeg swipen over iPad en telefoon, maar dat betekent niet dat ze goed met computers zijn. Ze kunnen inderdaad facebooken en googe- len. Maar in de geautomatiseerde en gerobotiseerde toekomst die minister Lodewijk Asscher deze week schetste in zijn toespraak over de robotisering van arbeid, hebben onze kinderen méér nodig. Op de basisschool moeten kinderen, naast leren lezen, schrijven en rekenen, ook leren programmeren.

Dat kinderen veel kunnen leren van programmeren is geen nieuw idee. In 1980 schreef Seymour Papert er al enthousiast over in zijn boek Mindstorms. Met computers zouden kinderen een nieuwe manier aangereikt krijgen om wiskunde, abstracte begrippen en taalconcepten te ontdekken. De computer zou door zijn oneindige flexibiliteit voor alle kinderen het ideale ge- reedschap kunnen bieden voor het onderzoekende leren.

Meer dan dertig jaar later zijn computers, digiborden en iPads gemeengoed in het onderwijs.  Maar heeft dit geleid tot de revolutie waar Seymour Papert op hoopte? Nee. Deze potentieel transformerende technologie wordt ingezet als typemachine of encyclopedie. Computers worden gebruikt om repetitieve taken, zoals het leren van de tafels, op te leuken.

De computer programmeert het kind, in plaats van andersom. Kinderen leren programma's gebruiken. Het is alsof we ze leren lezen, zonder te leren schrijven. De creatieve kant van de computer blijft onbenut.

Kinderen leren programme-ren op de basisschool is niet zo anders dan ze leren knutselen. Zo veel verschil is er niet tussen het knippen en plakken van een kerstboom, en het maken van een interactieve wenskaart met bijvoor- beeld Scratch (http://scratch.mit.edu). Je kunt ze robots laten knutselen met Lego Wedo, of Mindstorms (vernoemd naar het boek van Papert). Laat ze een app maken voor vaderdag met Gamesalad. Kinderen kunnen zelf een minicomputer in elkaar zetten met een Kanokit. Er zijn zo veel mogelijkheden, en het is zo leuk!

Je moet er overigens wel op tijd bij zijn. Uit onderzoek blijkt dat kinderen zich al heel vroeg van techniek afwenden. Nog voor het einde van de basisschool beslissen ze: 'te ingewikkeld', of 'iets voor nerds'. Als we hun niet op tijd de kans geven om uit te vinden of ze programmeren leuk vinden of niet, winnen de vooroordelen aan terrein en haken ze af. Volgens een rapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) volgt nog maar 5 procent van de havo- en vwo-leerlingen informaticavakken en dat percentage is nog verder aan het dalen.

En dat terwijl de vraag naar programmeurs groot blijft, en alleen nog verder zal groeien. We staan nog maar aan het begin van de digitale revolutie. Zoals minister Asscher in zijn toespraak betoogde, zullen robots een steeds belangrijkere rol in ons leven gaan spelen. 3D-printers zullen een eigen revolutie ontketenen als het maken van spullen net zo makkelijk wordt als het uitprinten van een tekst. Alle- maal ontwikkelingen die kansen bieden voor onze kinderen, als we ze erop voorbereiden. Maar dan hebben ze meer nodig dan een cursus Word. De beste voorbereiging die we ze kunnen geven is ze vertrouwd te maken met de scheppende en creatieve kracht van software.

Het groeiende tekort aan programmeurs zal grote economische gevolgen hebben. In Amerika begint dat besef door te dringen. Daar startte vorig jaar de campagne Hour of Code. Beroemdheden als Bill Gates, president Obama en Mark Zuckerberg hebben inmiddels al 15 miljoen kinderen verleid tot het doen van programmeerspelletjes. Europa volgt hierin met het initiatief 'Codeweek' van 11 tot en met 17 oktober.

Moeten onze kinderen dan later allemaal programmeur worden? Dat hoeft niet, want ook voor degenen die later geen software gaan ontwikkelen, is het waardevol om te leren programmeren. Ze leren hoe ze een complex probleem in kleine stukjes kunnen opdelen. Ze maken kennis met het ontwerpproces van idee tot product. Met alleen een laptop krij- gen ze de mogelijkheid om een online business te starten, nog makkelijker dan een limonadekraampje. Leren programmeren zal ook bijdragen aan hun algemene ontwikkeling. Ze leren de digitale wereld om hen heen beter te begrijpen.Een computerprogramma is een verzameling keuzes die de programmeur voor je heeft gemaakt. Welke kleuren het scherm heeft, waar de verzendknop staat, en hoe je mag reageren. Als gebruiker heb je daar niet veel invloed op. Douglas Rushkoff, schrijver van het boek Program or Be Programmed, stelt het zo: als je niet de keuze maakt om te leren programmeren, dan kan dat weleens de laatste keuze zijn die je maakt. Voortaan laat je je dan sturen door de keuzes die andere programmeurs voor je hebben gemaakt. En zit je vast aan de like van Facebook, of de 140 karakters van Twitter.

We moeten kiezen voor onze kinderen. Leren we ze te leven volgens andermans codes? Of geven we hun de mo- gelijkheid om hun eigen wereld te scheppen?

Hanne van Essen is softwareontwikkelaar bij haar eigen bedrijf Fusense